Zoeken naar:
Zoeken met:
 
Provincie:
Branche:
Order by:

Nederlander heeft liever een kunstkerstboom

Nederlander heeft liever een kunstkerstboom

We zijn alweer bijna bij de kerstdagen van 2019 aangekomen. Vaak worden deze dagen gekenmerkt door familie, eten en natuurlijk niet te vergeten: de kerstboom. Volgens onderzoek naar hoe Nederlanders kerst vieren, verkiezen we massaal een kunstkerstboom boven een traditionele naaldboom. Hier zijn natuurlijk verschillende redenen voor, maar een belangrijke reden hiervoor heeft te maken met duurzaamheid.

Een duurzame kerst

Waarbij iedereen natuurlijk steeds duurzamer probeert te leven, kan de kerst niet achterblijven. Het is wel zo dat het maken van een kunst kerstboom belastend kan zijn voor het milieu, maar wanneer je hier vervolgens lang mee doet, hef je het weer op. Je komt dan op een gelijkstand terecht. Wanneer je elk jaar een echte kerstboom neemt is het dan in dit op zicht minder goed voor het milieu. Een echte kerstboom gaat natuurlijk maar een jaar mee waarbij een kunst kerstboom wel tot 10 jaar mee kan gaan. Vorig jaar was dit nog een heel ander verhaal. Vorig jaar waren er namelijk gemiddeld meer echte kerstbomen besteld in tegenstelling tot kunstkerstbomen.

Hoeveel procent kiest een kunstboom?

In Nederland heeft ongeveer 90 procent van de bevolking een kerstboom staan. Het kan dan zowel om een echte als een kunstkerstboom gaan. In 2019 is het voor het eerst dus zo dat meer Nederlanders voor een kunstboom kiezen. Het is namelijk 45 procent van de bevolking die een kunst versie van de kerstboom heeft. Hier tegen over staat 39 procent van de bevolking die kiest voor een echte kerstboom. Dat is dus 6 procent meer aan mensen wat kiest voor een kunstboom.

Waarom kiezen mensen vaker voor een kunstkerstboom?

Zoals we al aangaven zijn er natuurlijk verschillende redenen waarom mensen dit jaar liever voor een kunstboom kiezen. Allereerst heeft het dus te maken met duurzaamheid. De bevolking geeft liever een keer iets meer uit om er vervolgens een aantal jaren aan plezier aan te hebben. Een echte kerstboom gaat niet langer mee dan dit en daarom moet deze dus ook elk jaar opnieuw gekocht worden. Ook dit is voor het milieu minder goed dan wanneer je kiest voor een kunstboom en hier ook langer dan een jaar mee doet. Daar komt nog eens bij dat een echte boom kan zorgen voor een hoop rotzooi. De naalden van een echte boom vallen natuurlijk gewoon uit en daarom moet er vaak gestofzuigd worden zodat deze naalden niet blijven liggen. Als laatste reden komen ook vaak huisdieren naar voren. Bepaalde elementen aan een naaldboom zijn giftig voor verschillende huisdieren. Ook kunnen honden soms de boom zien als plek om te urineren en eten zij de naalden op. De naalden kunnen vast blijven zitten in de keel van de hond waardoor de hond problemen op kan lopen met zijn gezondheid. Er zijn dus een hoop redenen waarom mensen liever kiezen voor een kunstboom.

Tot slot

In een tijd waarin een hoop mensen druk zijn met duurzaamheid is het dus niet heel gek dat ook een kunstboom wint van een echte boom. Hier zijn natuurlijk verschillende redenen voor, maar de belangrijkste is dat een kunstboom beter voor het milieu is dan een echte boom.

5 lessen uit 25 jaar duurzame bedrijfsvoering

5 lessen uit 25 jaar duurzame bedrijfsvoering

(Fotograaf Oscar Vinck)

De ogen zijn steeds vaker op het bedrijfsleven gericht als het gaat om verduurzaming. Wat moeten bedrijven doen om een positieve impact te hebben en zowel inclusief als circulair te ondernemen? Wees innovatief en zoek grenzen op, stelt Geanne van Arkel, Head of Sustainable Development en duurzaamheidsambassadrice bij tapijttegelfabrikant Interface. “De makkelijke dingen zijn allang gedaan.” Dit zijn haar 5 lessen om het verschil te maken.

Een herstellende bijdrage aan mens, maatschappij en planeet. Dat doel moest voor Interface in 2020 zijn gerealiseerd. Niet in een keer, maar met tussenstappen. De reductie van de netto CO2-uitstoot naar nul was het eerste speerpunt, en werd in januari 2019 succesvol behaald. In vergelijking met 1994 werd de uitstoot met 96 procent teruggebracht .In Europa en de VS maken de productielocaties voor 99 procent gebruik van hernieuwbare energie..

De ambitieuze doelstellingen van de volgende missie van Interface, Climate Take Back, zijn volgens Van Arkel haalbaar omdat het bedrijf de afgelopen 25 jaar de nodige lessen heeft geleerd. “De lessen uit het verleden vormen voor ons het kompas op weg naar de toekomst.” Die lessen werkte Interface uit in een rapport met de naam ‘Lessen voor de Toekomst’, zodat ook andere bedrijven van hun ervaringen kunnen profiteren. Van Arkel deelt de 5 belangrijkste lessen hier:

1. Zet hoog in

Ambitie en lef zijn volgens Van Arkel onmisbaar voor wie echt wat wil veranderen. “De makkelijke dingen zijn allang gedaan. Ambitie werkt bovendien aanstekelijk. Het zorgt voor passie. Bij medewerkers, maar ook bij branchegenoten en uiteindelijk de rest van de wereld.”

De torenhoge ambities legde voor Interface geen windeieren. “De negatieve invloed van onze productiecentra op het milieu is drastisch verkleind. We gebruiken nu totaal andere grondstoffen en hebben ook concurrenten en organisaties buiten de branche beïnvloed met onze missie.”

Bij grote ambities horen ook doelen die niet gehaald worden. “We hadden het voornemen dat onze fabrieken tegen 2020 volledig gebruik zouden maken van duurzame energie. Dat geldt nu wereldwijd voor 89 procent van al onze productiefaciliteiten. Dat is nog altijd veel meer dan we met een stapsgewijze aanpak gehaald zouden hebben.”

2. Omarm verandering

Bedrijven moeten voor een daadwerkelijke verduurzaming wel openstaan voor verandering. “25 jaar geleden was Interface nog niet erg bezig met natuur en milieu. Die koers veranderde doordat één klant vroeg wat wij voor de planeet deden. Die vraag veranderde alles, het veranderde ons dna.”

In eerste instantie groeide de bewustwording met name bij de directie. Maar ook medewerkers werden meegenomen. “Interface ontwikkelde een duurzaamheidsprogramma om ambassadeurs te creëren die open staan voor innovatie en concrete projecten willen realiseren op basis van hun expertise en passie. We laten collega’s ervaren dat ze ook echt verschil kunnen maken, zowel intern als extern. Die bedrijfsbrede verschuiving in de mindset is nodig om iedere doelstelling die je jezelf als bedrijf oplegt, te laten slagen.”

3. Zet ideeën om in doelen

Een organisatie kan het beste voor hebben met milieu en maatschappij en daar allerlei goede ideeën voor hebben. Maar zolang die ideeën niet resulteren in concrete veranderingen blijft duurzaamheid een nobel streven. “We hebben onszelf meteen een duidelijk doel gegeven. Beleidsmakers kunnen daarop altijd terugvallen wanneer ze niet zeker zijn van een volgende stap.”

Het model dat Interface gebruikt bij het vaststellen van concrete doelen is ‘The Natural Step’. Daar is op wetenschappelijke wijze een invulling gegeven aan het begrip duurzaamheid, zowel op sociaal als ecologisch niveau. Het is geschreven door experts binnen en buiten Interface. Dat resulteerde in een kader van waaruit we eenvoudiger doelen kunnen stellen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld het niet gebruiken van fossiele energie en proceswater en het niet produceren van afval. Onze voortgang in het behalen van deze doelen meten we met ‘EcoMetrics’,waardoor er ook een interne competitie ontstaat, om welke locatie het best presteert.”

4. Werk toe naar een volledig circulair systeem

De doelstellingen hadden invloed op de gehele waardeketen van Interface. Alleen met een volledig circulair systeem konden ze die hele keten daarin meenemen. “We zijn bijvoorbeeld andere grondstoffen gaan gebruiken. Ook hebben we nieuwe technologie ingezet voor de verwerking van gerecyclede en biobased materialen.

De grondstoffen moeten efficiënt recyclebaar zijn, maar vanuit een CO2-voetprint perspectief is het natuurlijk goed om op voorhand ook te ontwerpen met gerecyclede en biobased grondstoffen. Inmiddels is 54 procent van de grondstoffen die we inkopen voor onze tapijttegels niet meer van ruwe grondstoffen, maar van gerecycled of biobased materiaal. Zo gebruiken we gerecycled nylon voor de bovenkant en andere gerecyclede materialen in de basislagen en substraten.”

. “. Bovendien is het belangrijk de gehele levenscyclus van het product te verduurzamen. Dat betekent ook dat de producten bij de klant aan het einde van de levensduur weer moet innemen om de kring te sluiten. Binnen het Interface ReEntry-terugnameprogramma worden niet alleen tapijttegels van Interface teruggenomen, maar ook die van branchegenoten.

5. Maak gezamenlijk impact, binnen en buiten je organisatie

De hele organisatie moet achter een duurzaamheidsmissie of verandertraject staan. “We hadden onze doelstellingen nooit kunnen bereiken zonder de passie en het talent binnen onze hele organisatie. Vervolgens concentreerden we ons op het verschaffen van een beter inzicht in hoe we ‘zero impact’ kunnen bereiken. We hebben fors ingezet op ontwikkeling van kennis en teambuilding. Maar toen duidelijk werd dat medewerkers zelf geïnspireerd waren, werd ons de ware potentie pas werkelijk duidelijk, impact heb je niet alleen binnen, maar juist ook buiten je organisatie.”

Het aanwakkeren van dat duurzaamheidsvlammetje doen we op verschillende manieren. Zo werken we voor het verminderen van afval met multidisciplinaire teams die bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende afdelingen. Met succes: we hebben het afval uit de productie met ruim 50 procent verkleind. Daarmee besparen we bovendien honderden miljoenen dollars aan verwerkingskosten.”

Nooit klaar

Ondanks alle inspanningen is Interface nog niet klaar. “Duurzaamheid is nooit klaar. Voor onze volgende doelstelling, Climate Take Back, om klimaatpositief, regenererend te ondernemen, hebben we niet alleen al een plan opgesteld, maar zelfs al innovaties in de pijplijn die resulteren in CO2 negatieve producten. Er valt nog zoveel te doen om opwarming van de aarde te voorkomen en terug te draaien. Iedereen kan hieraan bijdragen, en zoals de oplossingen op dit gebied van Project Drawdown laten zien, draagt deze aanpak ook bij aan het realiseren van de Sustainable Development Goals. Daarnaast bieden de oplossingen ook een goede ROI. Het vereist wel samenwerking. Daarvoor moeten we anderen blijven uitdagen en inspireren.”

Kijk voor meer informatie op www.interface.com

Hoe duur is duurzaam rijden in 2020

Het is een streven van de overheid om in 2050 alleen maar ‘schone’ motorvoertuigen op de weg te hebben. Dat wil zeggen dat binnen 30 jaar iedereen zal moeten overstappen op een duurzame auto zonder CO2 uitstoot. Het aantal ‘early adapters’ valt in 2019 nog erg tegen. Zo was de Tesla model 3 de enige volledig elektrische auto in de top 20 van meest verkochte auto’s in Nederland. Veel Nederlanders vinden elektrisch rijden nog steeds te duur en onhandig. Maar is dit werkelijk zo? Om dit verder uit te lichten nemen wij enkele voorbeelden.

Aanschafprijs

De grootste kosten die worden gemaakt zitten natuurlijk in de aanschafprijs. Om de verhouding in kosten tegenover elkaar te leggen nemen wij de standaarduitvoering van 3 auto’s met een elektrische en niet elektrische uitvoering om de kosten te vergelijken:

Hyundai Kona: 20.955 euro
Hyundai e-Kona: 41.955 euro
De elektrische variant is 50% duurder

Hoe duur is duurzaam rijden in 2020 afb1

 (foto van de Hyundai Kona)

Kia Niro: 28.995 euro
Kia e-Niro: 44.995 euro
De elektrische variant is 36% duurder

Hoe duur is duurzaam rijden in 2020 afb2

(foto van de Kia Niro)

Volkswagen Golf: 28.775 euro
Volkswagen e-Golf: 34.295 euro
De elektrische variant is 17% duurder

Hoe duur is duurzaam rijden in 2020 afb3

(foto Volkswagen Golf GTI)

Het is duidelijk dat de elektrische varianten toch een stuk duurder zijn. Op de aanschaf van een elektrische auto valt dus niet te besparen. Echter is het verschil tussen de Volkswagen Golf en de Volkswagen e-Golf (elektrisch) maar 17% procent in prijs.

Tanken vs Opladen

Elektrisch rijden is een stuk goedkoper dan benzine tanken. Wanneer je benzine tankt kant dit tot 85% procent duurder zijn dan wanneer je (thuis) elektrisch oplaadt. Hier kan je elk jaar toch tot 1000 euro besparen. Wanneer enkele jaren een elektrische auto bezit kunnen de besparingen dus hoop oplopen.

Belastingvoordeel elektrische auto

Wanneer je elektrisch rijdt betaal je tot 2025 geen motorvoertuigenbelasting. Wie in 2020 een elektrische auto koopt kan hier dus 5 jaar lang van profiteren. Voor een Volkswagen Golf betaal je gemiddeld zo’n 50 euro per maand aan motorvoertuigenbelasting.

Volkswagen Golf 1 jaar wegenbelasting: 600 euro
Volkswagen e-Golf 1 jaar wegenbelasting: 0 euro

Deze vrijstelling levert je als bezitter van een elektrische auto meer voordeel op.

Conclusie

Ja het aanschaffen van een elektrische auto is duurder dan wanneer je een benzineauto koopt. Echter worden de verschillen steeds kleiner bij de nieuwere modellen. Zo is het verschil de aanschafprijs tussen een Volkswagen Golf en e-Golf maar zo’n 5500 euro.

Wat je kunt besparen op een elektrische auto kan echter oplopen tot 1500 – 2000 euro per jaar. Dat wil zeggen dat je na 3-4 jaar in de Volkswagen e-Golf te hebben gereden voordeliger uit kan zijn dan met de benzine variant.

Door slim je elektrische auto uit te kiezen kan je dus voordeliger uit zijn en bijdragen aan een beter milieu.