Zoeken naar:
Zoeken met:
 
Provincie:
Branche:
Order by:

De Olam Prijs voor Innovatie in Voedselzekerheid 2019 gaat naar...

... een baanbrekende aanpak om landbouwopbrengsten in ontwikkelingslanden te verbeteren door scenarioplanning

Project Universiteit Wageningen winnaar Olam Innovation in Food Security Prize

Een unieke aanpak die agrarische landschappen in kaart brengt, heeft de Olam Prijs voor Innovatie in Voedselzekerheid 2019 (1) gewonnen vanwege zijn potentie om de productiviteit in voedselonzekere gebieden te verbeteren. De technologie laat kleine boeren zien waar ze wat het best kunnen telen en op welke manier (‘best fits’).
De technologie met de naam Innovation Mapping for Food Security (IM4FS), werd ontwikkeld door een team (2) dat werd gecoördineerd door dr. Tomaso Ceccarelli, senior onderzoeker Global Food Security aan de Universiteit van Wageningen en dr. Eyasu Elias Fantahun van de universiteit van Addis Ababa in Ethiopië.

Belangrijk is dat IM4FS voortborduurt op de kracht van het CASCAPE-project dat in nauwe samenwerking met het Agricultural Growth Programme (AGP) van de Ethiopische overheid werd uitgevoerd. CASCAPE ontwikkelde en implementeerde aan locatie gebonden combinaties van gewassen, bodems en landbouwmethoden waardoor ongeveer 200.000 boeren betere oogsten haalden dan het Ethiopisch gemiddelde (een verdriedubbeling van de tarweopbrengsten en een verdubbeling van de teff- en fababoonopbrengsten). De boeren konden zelfvoorzienend worden door deze best practices toe te passen.

Terwijl bestaande toepassingen op het gebied van landevaluatie gericht zijn op het verbeteren van de landbouwproductiviteit, combineert CASCAPE gegevens met de betrokkenheid van stakeholders om ervoor te zorgen dat de voorstellen in de praktijk werken. Boeren, landbouwvoorlichters, lokale deskundigen en planners zijn vanaf het begin bij het project betrokken om ervoor te zorgen dat daadwerkelijke lokale situaties bekend zijn.

De gegevens worden vervolgens ingevoerd in het op GIS (3) gebaseerde instrument dat in een bepaald gebied de beste landbouwpraktijken met biofysische en sociaal-economische omstandigheden combineert. Het instrument stelt daarna ‘aanbevelingskaarten’ op die gebieden markeren die het meest geschikt zijn voor specifieke innovaties. Deze worden vervolgens door lokale stakeholders getoetst aan de hand van gespecialiseerde kennis en verwachtingen.

IM4FS tilt deze bevindingen naar een hoger niveau door middel van zijn unieke scenarioplanning-functie die besluiten in agrarische landschappen en voedselonzekere gebieden onderbouwt. Dit biedt een dynamisch en interactief instrument om simulaties te doen en stakeholdermanagement vooruit te helpen. Deze innovatieve aanpak was voor de jury van groot belang om de prijs van US$ 75.000 toe te kennen.

Dr. Tomaso Ceccarelli, senior onderzoeker bij Wageningen University & Research, lichtte toe: “Het is echt motiverend om samen met lokale onderzoekers en andere partijen slimme oplossingen te ontwikkelen om zoiets verschrikkelijks als hongersnood aan te pakken. De prijs van US$ 75.000 gaat helpen om de verspreiding van de verzamelde lokale gegevens door landbouwvoorlichters en andere lokale medewerkers te financieren en het mappinginstrument verder te ontwikkelen. De kaarten kunnen vervolgens door overheidsinstellingen, planners en anderen gebruikt worden om te simuleren welke landbouwinitiatieven en -investeringen waar, wanneer en op welke manier moeten gebeuren.”

Mede-projectleider dr. Eyasu Elias Fantahun, professor aan de universiteit van Addis Ababa, voegde toe: “Ethiopië is een perfect voorbeeld van een land dat een innovatieve oplossing nodig heeft om de landbouwproductiviteit te stimuleren: het is het op één na grootste land in Afrika qua landbouwgrond maar importeert de helft van zijn voedsel. Dat hoeft niet zo te zijn. Granen en andere basisgewassen kunnen in potentie zelfvoorzienend zijn en de Ethiopische overheid ondersteunt deze ambitie met nationaal beleid. Het prijzengeld van Olam zal de samenwerking tussen onze onderzoekers, planners en boeren vergroten waardoor specifieke agrarische innovaties sneller gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden om de voedselproductiviteit en middelen van bestaan op grotere schaal te verbeteren.”

Sunny Verghese, medeoprichter en CEO van Olam, zei: “Als internationaal voedsel- en landbouwbedrijf dat over de hele wereld in boeren en onze eigen plantages investeert, controleren en beoordelen we voortdurend de beste gebieden voor de teelt van gewassen. Maar met de steeds snellere weersveranderingen en duidelijke waarschuwingen over het verlies aan biodiversiteit, luchtvervuiling en aantasting van de bodem, wordt het risico steeds groter dat wat vandaag wordt geplant misschien niet geschikt is voor die velden in de toekomst. IM4FS zal helpen bij het informeren over dit risico door een beter inzicht te bieden in de wisselwerking tussen rijkdommen van het land, demografie, klimaatverandering en landbouwtechnologie en door de optimale omstandigheden te bepalen om de voedselproductie te stimuleren. Het zal zowel boeren als lokale en regionale stakeholders van de nodige informatie voorzien om voedselonzekerheid tegen te gaan.”

Marie-Christine Cormier-Salem, directeur van Agropolis Fondation en wetenschappelijk partner van de Olam Prijs, zei: “Omdat IM4FS het gebruik van IT-middelen zoals GIS met een participerende aanpak combineert, heb je een instrument dat niet alleen visueel nauwkeurig is maar ook een instrument waarmee stakeholders zich kunnen identificeren. Uiteindelijk heb je een product dat kennis van best practices en adoptieprogramma’s combineert met biofysische bronnen en sociaal-economische omstandigheden.”

(1) Over de Olam Prijs voor Innovatie in Voedselzekerheid

De Olam Prijs voor Innovatie in Voedselzekerheid werd in 2014 in samenwerking met Agropolis Fondation gelanceerd. De winnaar ontvangt een vrij te besteden bedrag van $ 75.000 voor het opschalen van bewezen onderzoek. Sinds de inauguratieprijs in 2015 werd toegekend, hebben boeren over de hele wereld geprofiteerd van de winnende innovaties die vanwege hun potentiële impact op de beschikbaarheid, betaalbaarheid, toegankelijkheid of geschiktheid van voedsel erkenning kregen.

De vorige prijswinnaar waren dr. Filippo Bassi van ICARDA en professor Rodomiro Ortiz (SLU, Alnarp). Ze werden gefinancierd door de Zweedse Onderzoeksraad en gebruikten niet genetisch gemodificeerde moleculaire teelttechnieken om een reeks durumtarwegewassen te ontwikkelen die bestand zijn tegen een constante hitte van 35 tot 40 graden op de grasvlaktes in het stroomgebied van de Sénégal-rivier.

De inauguratieprijs ging naar een onderzoeksteam van de Cornell University voor SRI-rijst: een teeltsysteem dat 80 tot 90% minder rijstzaad, tot 50% minder water en in veel gevallen geen kunstmest nodig heeft. Opbrengsten stegen met 20 tot 50% (vaak met veel meer) terwijl de kosten van de boeren met 10 tot 20% omlaag gingen.

(2) Andere medewerkers van Wageningen University & Research en de universiteiten van Mekelle en Addis Ababa die hebben bijgedragen aan IM4FS

Medewerkers die alle lof verdienen voor IM4FS zijn: Remko Vonk die IRM reeds vanaf het begin heeft geïnspireerd, samen met Irene Koomen en Nina de Roo. Dennis Walvoort die aan de ontwikkeling van het model en het instrument heeft bijgedragen. Andrew Farrow die niet alleen heeft geholpen bij de ontwikkeling van het model en het instrument samen met de 2 Centres of Excellence in Ethiopië (de universiteiten van Mekelle en Addis Ababa, vertegenwoordigd door dr. Amanuel Zenebe en dr. Ermias Teferi) maar ook bij capaciteitsontwikkeling. Herman Agricola als facilitator en trainer. Desalegn Haileyesus en dr. Eyasu Elias die samen met de CASCAPE-clustermanagers en scaling experts die in verschillende regio's van Ethiopië actief zijn, de IRM-activiteiten in Ethiopië hebben gecoördineerd. Herman Snel en Tomaso Ceccarelli die IRM coördineren en het prijswinnende voorstel vorm gaven. We zijn ook erkentelijk voor de steun van Eric Smaling (projectcoördinator van CASCAPE in Wageningen) die de waarde van deze aanpak altijd heeft erkend en gestimuleerd en van dr. Tewodros Amade, projectleider van REALISE, met wie de aanpak in de toekomst wordt ontwikkeld. Een bijzonder woord van dank gaat ook uit naar Saskia Visser voor haar steun aan de ideeën achter ‘het in kaart brengen van aanbevelingen’.

(3) GIS = Geografisch InformatieSysteem

Over Olam International Limited

Olam International is een toonaangevend voedsel- en landbouwbedrijf dat voedsel, ingrediënten, diervoeder en vezels levert aan 19.800 klanten wereldwijd. Onze waardeketen beslaat ruim 60 landen en omvat behalve agrarische, verwerkings- en distributiebedrijven ook een inkoopnetwerk van naar schatting 4,8 miljoen boeren.
Met ons doel om de wereldwijde landbouw en voedselsystemen te hervormen, wil Olam de vele problemen aanpakken die zich voordoen bij het voldoen aan de behoeften van een groeiende wereldbevolking en tegelijkertijd een positieve impact hebben op de landbouwgemeenschappen, onze planeet en al onze stakeholders.

Meer informatie over Olam is beschikbaar op www.olamgroup.com 

Olam-International-Logo

Decentrale energieopwekking populair onder bedrijven

Decentrale energieopwekking populair onder bedrijven

  • Energiebewuste bedrijven zijn eerder succesvol: zes op de tien (61%) van de best presterende bedrijven tonen krachtig leiderschap op het gebied van energie
  • Vier op de vijf bedrijven (81%) die al energie op locatie genereren, is van plan om deze hoeveelheid in de komende vijf jaar te verhogen
  • Slechts één op de acht moderne bedrijven zijn te typeren als echte ‘duurzame bedrijven’

Decentrale energieopwekking en een flexibele omgang met energiebeheer komen steeds hoger op de agenda van het bedrijfsleven. Ondanks dat hier meer aandacht voor komt, hebben nog relatief weinig bedrijven (één op de acht) de balans tussen economische en milieuprestaties goed in evenwicht.

Dat blijkt uit de tweede editie van het onderzoeksrapport ‘Trends in decentrale energie: Inzichten voor duurzame bedrijfsgroei’ van Centrica Business Solutions. Hiervoor zijn wereldwijd bijna 1.500 bedrijven met tenminste 100 werknemers uit zeven verschillende sectoren onderzocht op onder andere acht kenmerken van duurzaamheid, zoals het actief werken aan milieuverbetering, de mate waarin wordt geïnnoveerd, het hebben van een continue klantgerichtheid en het stimuleren van talent. Het onderzoek werd in 2017 voor het eerst uitgevoerd.

Zelf energie opwekken is de toekomst

Milieubewustzijn en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn flink hoger op de bedrijfsagenda komen te staan. Bedrijven zoeken steeds meer naar leiderschap op het gebied van energie om hun levensvatbaarheid op de lange termijn te waarborgen, zo blijkt uit het rapport. Het belang van milieubeheer neemt daarbij sterk toe. Dit wordt nu als de op twee na belangrijkste prioriteit van organisaties gezien en is in twee jaar tijd drie plekken op de agenda gestegen.

Zeven op de tien bedrijven beseft dat ze flexibeler moeten zijn in de manier waarop ze energie genereren en gebruiken. Vier op de vijf bedrijven (81%) die al energie op locatie genereren, is van plan om deze hoeveelheid in de komende vijf jaar te verhogen. Hierdoor worden ze in feite de ‘energiecentrales van de toekomst’.

Energiebehoefte in eigen handen nemen

De meest vooruitstrevende bedrijven op het gebied van energiebeheer nemen de energielevering in eigen handen, waarbij zij energiebeveiliging één van de snelst groeiende bedrijfsrisico’s noemen. Meer dan een derde (32%) ziet dit als een substantieel risico voor hun succes op de lange termijn. Opvallend is dat nog slechts één op de vijf bedrijven (18%) winstgevendheid als een verdere stimulans voor duurzaamheid ziet. Door energie als een verhandelbaar bedrijfsmiddel te zien, kunnen inkomstenstromen en concurrentievoordeel worden gerealiseerd met de inzet van slimme technologie als Demand Side Response (vraagrespons).

“Dit nieuwe onderzoek bevestigt dat Europese bedrijven hun energiebehoeften steeds meer in eigen handen nemen,” aldus Yaniv Vardi, directeur Rest of World bij Centrica Business Solutions. “Bedrijven willen hun milieuprestaties verbeteren en ontdekken dat investeren in decentrale energie, lokale opwekking en energiezuinigheid betaalbaar is en leidt tot betere operationele prestaties. Organisaties hebben meer mogelijkheden dan ooit om te profiteren van decentrale energie. Hierbij valt te denken aan het creëren van extra inkomsten uit diensten die aan het net worden geleverd, flexibiliteit in het verbruik of het terugleveren van energie aan het net.”

Klik op deze link voor het volledige rapport ‘Trends in decentrale energie: Inzichten voor duurzame bedrijfsgroei’.

Bron: www.centricabusinesssolutions.nl

Doelen van Klimaatakkoord waarschijnlijk niet haalbaar

Doelen van Klimaatakkoord waarschijnlijk niet haalbaar

Het ‘klimaatakkoord’, het woord komt nogal eens voorbij in het nieuws maar wat is het eigenlijk en is het haalbaar? Het begon allemaal in Parijs in december 2015. Tijdens een VN-conferentie over het klimaat werd het klimaatakkoord van Parijs gesloten. Dit akkoord is een afspraak tussen 192 landen die willen zorgen dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 2 graden en eigenlijk liever zelfs niet meer dan 1,5 graad. Maar daar moeten we dan wel wat voor doen. Ieder land heeft zich doelen gesteld om bij te dragen aan dit klimaatakkoord, ook Nederland.

Het doel is minder broeikasgassen uitstoten

Het doel van Nederland is om in 2030 minder broeikasgassen uit te stoten, maar liefst 49% minder dan in 1990. Dat is nodig om het Klimaatakkoord uit Parijs te kunnen naleven. Ook de andere landen moeten de uitstoot van de broeikasgassen verminderen, maar op dit moment loopt Nederland daarin achter. Met dit voorstel moeten we deze achterstand inlopen. Natuurlijk lukt dat niet zomaar. Hier is veel overleg voor nodig geweest met bedrijven, maatschappelijke partijen en de overheid. Zij hebben met elkaar afspraken gemaakt en er zijn voorstellen gedaan. Deze 600 voorstellen zijn inmiddels allemaal doorgerekend.

Niet genoeg om de klimaatdoelen te halen

Uiteindelijk blijkt dat al deze geplande maatregelen niet genoeg zijn om de klimaatdoelen te halen. Volgens de doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau geeft geen van de berekeningen de zekerheid dat die vermindering van uitstoot van 49% gehaald kan worden. In deze berekening nemen zij de onzekerheid over de verdere vormgeving van de afspraken, maar ook de manier waarop bedrijven en burgers hierop gaan reageren mee. Gelukkig vielen de geschatte kosten voor het klimaatakkoord wel mee.

De huidige stand van zaken

Zoals het er nu uitziet moeten bedrijven meer bijleggen dan huishoudens en dat is misschien ook eerlijker want de huishoudens moeten al zoveel bijleggen onder de huidige plannen. Natuurlijk kunnen de huishoudens zelf ook een steentje bijdragen en geld besparen. Bijvoorbeeld bij overstappen energieleverancier moet er zorgvuldig worden gekeken naar de kosten en de duurzaamheid. Lage inkomens zullen met de nieuwe plannen misschien meer getroffen worden dan de hogere inkomens, dus moet er waarschijnlijk gekeken worden naar een compensatie. Ook de uitvoerbaarheid en de vormgeving voor het bonus-malussysteem voor bedrijven is nog niet helemaal duidelijk.

Alle kleine beetjes helpen

Wat wel duidelijk is, is dat er iets moet gaan gebeuren willen we onze klimaatdoelen halen. We zijn hier met elkaar verantwoordelijk voor, zowel de bedrijven als de huishoudens. Alle kleine beetjes helpen, niet alleen als het gaat om duurzaamheid, maar ook op het financiële vlak. Overstappen naar andere energie kan hierbij al een eerste stap zijn en ook een financieel voordeel opleveren.