Hoge gebouwen vangen veel wind

Monitorprogramma HiViBE van start

Gebouwen worden steeds hoger, slanker, lichter en duurzamer gebouwd en worden daarmee gevoeliger voor beweging door de wind. De huidige rekenmethoden blijken geen goede voorspelling te geven van het werkelijke trillingsgedrag van hoge gebouwen. Dit leidt tot ongewenste situaties zoals onnodig overdimensioneren van draagconstructies of klachten over trillingen. Goede validatiemetingen zijn noodzakelijk voor betere constructieve ontwerpen, met meer comfort en minder materialen. Om hierover kennis op te bouwen is een consortium van marktpartijen (het HiViBE consortium), onder leiding van TNO, gestart met een meerjarig onderzoeksprogramma. Belangrijk onderdeel is de monitoring van het trillingsgedrag van diverse hoge gebouwen.

Hoe hoger het gebouw, hoe gevoeliger voor wind

Hoogbouw in de Nederlandse Delta groeit de laatste jaren sterk. Grote steden omarmen hoogbouw in hun visie op stadsontwikkeling. Daarbij is niet alleen een trend te zien naar hoger (met de De Zalmhaven I in Rotterdam als voorlopig hoogtepunt) en slanker (de Baantoren in Rotterdam) maar ook naar ander materiaalgebruik (zoals in HAUT in Amsterdam).

Omdat we steeds hoger bouwen, wordt lichter bouwen ook steeds belangrijker. Enerzijds vanwege de toenemende duurzaamheidseisen aan materiaalgebruik, anderzijds vanwege de hoge funderingsdruk die nog opneembaar moet zijn door de samendrukbare Nederlandse ondergrond.

Al deze ontwikkelingen leiden tot een grotere gevoeligheid voor de wind. Want hoge gebouwen bewegen in de wind. Als deze bewegingen te groot worden heeft dat gevolgen voor de constructieve veiligheid en voor de beleving van de gebruikers van het gebouw.

Huidige rekenmethoden voorspellen werkelijk trillingsgedrag onvoldoende

Uit vooronderzoek blijkt dat de huidige rekenmethoden geen goede voorspelling geven van het werkelijke trillingsgedrag van hoge gebouwen. Dit leidt tot ongewenste situaties zoals onnodig overdimensioneren van draagconstructies of klachten over trillingen. Het ontbreekt aan goede validatiemetingen waaraan rekenregels en simulaties te toetsen zijn.

Daarnaast is er behoefte om de trillingseigenschappen van een hoog gebouw in een vroegtijdig stadium beter in beeld te krijgen. Het HiViBE consortium (BAM, Zonneveld, Fugro, IMd, Aronsohn, Structure Portante Grimaud, BESIX, Peutz, SCIA, SKW en TNO), bouwt kennis op over het trillingsgedrag van hoogbouw in Nederland. Speciale aandacht is daarbij voor de rol van de slappe bodems in onze deltasteden.

Monitoren trillingen in hoge gebouwen

De eerste fase van het onderzoek is inmiddels afgerond. In deze fase is vastgesteld welke meetmethoden en technieken ingezet moeten worden in de monitoringcampagne. Op basis daarvan zijn de eerste monitoringplannen in voorbereiding.

Onder meer De Zalmhaven I, het hoogste woongebouw in de Benelux, zal worden voorzien van een monitoringsysteem, dat naar verwachting later dit jaar operationeel zal zijn. Daarnaast worden meerdere, zowel bestaande als nieuwe, hoge gebouwen voorzien van monitoring.

Het HiViBE consortium wordt ondersteund door een innovatiefinanciering van TKI Deltatechnologie.

Heb je interesse in dit onderzoek, of wil je weten wat de mogelijkheden zijn voor deelname? Neem dan contact op met Okke Bronkhorst (Okke.Bronkhorst@tno.nl) of Chris Geurts (Chris.Geurts@tno.nl).

Onze partners