Zoeken naar:
Zoeken met:
 
Provincie:
Branche:
Order by:

Wind- en zonneparken in het agrarische landschap: waar en hoeveel?

Zonneveld en windpark waar en hoeveel

Door het Klimaatakkoord verschijnen in steeds hoger tempo wind-en vooral zonneparken in het agrarische landschap, ondanks verzet van boer en burger. In de conceptversie van de zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES) zijn of worden de nieuwe zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens aangegeven.

In juni van dit jaar moeten alle 30 RES regio’s in Nederland een RES conceptversie hebben gemaakt. Tot nu toe zijn niet de afspraken uit het Klimaatakkoord over de agrarische sector zelf, maar de afspraken over de energietransitie letterlijk en figuurlijk het meest zichtbaar op het boerenerf. Er is geen boer meer die niet direct of indirect te maken heeft gekregen met de komst van zonnepanelen en/of windparken in zijn omgeving of op zijn bedrijf. Voor de één een geweldige kans, voor de ander een grote bedreiging. Het vergroot immers de grondschaarste.

2 miljard extra SDE subsidie

Er is in het Klimaatakkoord afgesproken dat er 35 TerraWattuur (TWh) duurzame elektriciteit boven land moet worden geproduceerd door zonnevelden en windparken in 2030. Om versneld dit doel te halen, heeft de regering begin maart de SDE subsidie met een bedrag van maar liefst 2 miljard verdubbeld. De weg richting 35TWh wordt de Route35 genoemd. Deze route is een verdeelsystematiek van de 30 RES plannen, waarin bestuurlijke regio’s aangeven hoe en waar ze de productie van elektriciteit door zonnepanelen en windmolens kunnen opschalen.

Bestuurlijk gezien is er gekozen voor deze aanpak om te voorkomen dat de energietransitie van bovenaf door de landelijke overheid dwingend wordt opgelegd, maar ook om te voorkomen dat de landelijke coördinatie ontbreekt en de invulling per gemeente kan verschillen. Zonder dat rekening is gehouden met de (on) mogelijkheden in de regio.

Per gemeente en per regio zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden ook heel verschillend, afhankelijk van onder meer de stedelijke bebouwing en de aanwezigheid van Natura2000-gebieden. Er gelden dus geen specifieke taakstellingen per regio. In grote lijnen wordt in de kustgebieden vaker gekozen voor windenergie. In het binnenland, waar het minder waait, wordt vaker voor zonne-energie gekozen, legt Auke Jan Veenstra, LTO beleidsmedewerker Klimaat & Energie, uit.

Biogas later

De Regionale Energiestrategie gaat in de meeste regio’s alleen over elektriciteit. Andere vormen van duurzame energie opwekking, zoals biogas en aardwarmte (geothermie) komen later in beeld als de plannen worden ontwikkeld voor de opschaling van duurzame warmteproductie in plaats van aardgas. Biogasproductie, volgens de site Energieopwek.nl goed voor 5 tot 10% van de totale duurzame energieproductie, komt in de meeste RES conceptversies dan ook niet voor.

Komt het agrarische belang voldoende tot uitdrukking in het RES? Sowieso is het lastig om het gezamenlijke agrarische belang eenduidig te formuleren, vertelt biologisch melkveehouder Kees van Zelderen, die portefeuillehouder LTO Klimaat & Energie is. “LTO bepaalt niet voor individuele leden welke keuze ze moeten maken als ze de mogelijkheid krijgen grond voor zonnevelden of windparken te verhuren/verkopen. Maar in het algemeen hanteert LTO het zonneladder principe."

"Dit houdt in dat eerst naar het potentieel van verloren ruimtes, dubbel ruimtegebruik en daken wordt gekeken”, vertelt Van Zelderen. Maar in de praktijk blijkt dat vanwege veel maatschappelijke weerstand tegen windparken, volgens LTO Noord op haar website, een forse claim wordt gelegd op de inzet van kostbare landbouwgrond voor zonneparken

LTO Salland luidt noodklok

LTO maakt zich hard voor consequente toepassing van de Zonneladder. Van Zelderen: “We kaarten dit aan bij de gemeenten en stimuleren LTO -afdelingen om het collectieve boerengeluid op de vele RES-bijeenkomsten te laten horen.” De LTO afdeling Salland heeft de daad bij het woord gevoegd en de noodklok geluid over de komst van 800 hectare zonnepanelen in het buitengebied van de gemeente Deventer. “Dit kan een ecologische ramp veroorzaken”, zegt vice-voorzitter Rudi Haarman. De flora en fauna onder de zonnepanelen gaat immers grondig op de kop. Het protest van de LTO afdeling Salland leidde tot minder grote ambities van de gemeente Deventer met zonneparken op landbouwareaal.

Er zijn ook voorbeelden van regio’s waar de RES meer aandacht heeft goed rekening houdt met de belangen van de agrarische sector, zegt LTO beleidsmedewerker Veenstra. In de Zeeuwse RES 1.0 (dat niet alleen over transitie naar duurzaam elektriciteit maar ook over duurzame warmte gaat) krijgt zonne-energie op daken de voorkeur boven zonneparken op het land of in het water. In Zeeland kan dan ook een relatief groot aandeel duurzame elektriciteit worden opgewekt door windmolens op zee. Bovendien draait de kerncentrale van Borssele in Zeeland ook nog steeds.

Het Zeeuwse energieakkoord is in februari gepubliceerd. Hierin wordt nadrukkelijk aangegeven dat de verdeling in verschillende vormen van duurzame energie en de snelheid waarmee de productie wordt opgevoerd, regelmatig wordt geëvalueerd en kan worden aangepast.

Wat als de 35Twh niet wordt gehaald?

Omdat er geen taakstelling per RES regio geldt, bestaat de mogelijkheid dat de optelsom van de 30 landelijke concept RES plannen niet tot 35 TWh extra duurzame elektriciteit in 2030 uit zonne-en windenergie leidt. “Als dat daadwerkelijk zo blijkt te zijn, verwacht ik dat de landelijke overheid alsnog een taakstelling per regio oplegt”, zegt Veenstra.